|
|||
|
Kinderen van Klei
De jongste acteurs van Klei zitten allemaal bij juf Anja in groep 6 van de Lokhorstschool in Deil. Maandenlang zijn ze al aan het oefenen. Regisseur Gerard Evers begon met drama-oefeningen om de kinderen los te maken voor het echte werk. Inmiddels zijn de rollen verdeeld. Voor elke rol zijn twee spelers. De klas is namelijk verdeeld in twee groepen, die beurtelings een voorstelling zullen gaan spelen. Dat is een goed idee, vindt Anko (10): 'Het was anders veel te vermoeiend voor ons... steeds maar weer om twaalf uur naar bed.' Hieronder alvast een kennismaking met een deel van de jongste spelers. Anko (10)'In het stuk ben ik Gijsbert. Ik ben een gewone jongen die een stiefbroertje krijgt en dat vind ik niet leuk. Mijn vader heeft namelijk een vrouw verkracht en zegt later: ik neem dat kind wel. Hij heet Ot. Sanne (10)'Ik ben een hofdame. Ik ben heel netjes en ik moet naast de prinses lopen, dansen en geheimen fluisteren. Ik moest best wennen aan mijn rol. In het echt ben ik niet zo netjes als die hofdames, en buiten dansen doe ik ook nooit. Ik heb wel op dansles gezeten, maar dat waren heel andere dansjes. Nu zit ik op streetdance, dat is ook heel wat anders. Skip (9)'Joachim - zo heet ik in Klei - is een boerenknecht. Hij wordt verliefd op Anna en op het einde gaat hij dood. Ja... dat is het liefdesdrama van Palmenstein...ahem. Ik snap het niet allemaal maar ik doe gewoon wat ik moet doen. Mij maakt het niks uit wat ik moet doen; het is toch maar toneel. Merle (10)'Ik ben een hofdame. Die is heel erg netjes, een beetje kakkerig, en let enorm op haar uiterlijk. Ik draag een beige bronzen jurk met een strik. Hij is wijd, met pofmouwtjes, en mijn oma heeft hem zelf gemaakt. We hebben gewone schoenen, maar we moeten doen alsof we op hakjes lopen... dus op onze tenen. Het is leuk om dit te spelen, en we mogen ook nog dansen! Job (9)'Ik ben een visser en ik ben de zon. Aan het begin van de voorstelling ben ik gewoon een jongetje dat samen met zijn vriend zit te vissen. Ondertussen zijn de anderen aan het touwtjespringen. Ik moet dat doen tot het publiek een beetje stil is. Dan roept Anique "Kijk, daar is Ot!" en dan begint het toneelstuk. Het is een leuke rol want het is leuk om aan het begin al op het podium te staan. Alleen... in het echt houd ik eigenlijk niet van vissen. Anique (10)'Als het stuk begint is iedereen aan het spelen. Ik krijg een seintje van juf Helma en dan moet ik zeggen: "Hé kijk, daar is Ot!" en dan rennen we allemaal gillend naar Ot en gaan we een pestliedje zingen. "Ot de mot, je broek is kapot, we zien je blote kont, je stinkt in het rond". Wij pesten Ot steeds. Hij is alleen en wij met heel veel. Alleen Dorien vindt het niet leuk en gaat een ander spelletje doen. Olivier (9)'Ik ben Ot. Ot is een jongen die gepest wordt. Dat is makkelijk spelen: ik moet gewoon niet blij zijn en verder hoef ik niet veel te onthouden. Gelukkig, want dat kan ik niet zo goed. Voor mij is het niet moeilijk om Ot te spelen, ook al is hij heel anders dan ik. Ot heeft bijvoorbeeld geen vrienden, en ik gelukkig wel.' Rogier (9)'Ik speel Goos. Goos is een goeie vriend van Gijsbert en hij speelt ook veel met Dorien en Liesje. Hij heeft rijke ouders waar Dorien pacht komt brengen want zij is arm.Goos is wel een leuke jongen maar hij doet toch ook aan het pesten van Ot mee. Goos wil heel graag veel met Dorien doen. Later in het stuk gaan ze trouwen. Danielle (10)'Ik ben een van de Liesjes. Het is heel leuk om te doen vind ik. De juf is erg lief en wij zijn blij dat we zijn gekozen.' Sterre (10, bijna 11)'Ik heet Dorien en ik ben een meisje dat heel vaak opkomt voor Ot. Ik ben goed bevriend met Gijsbert, Goos en Liesje. Ik zou ook graag vrienden willen zijn met Ot. Anka (10)'Ik ben de Dorien van de andere groep. Ik ben heel blij met deze rol. Het is een van de hoofdrollen en die wil ik altijd heel graag. Net als Dorien wil ik eigenlijk ook niet dat iemand gepest wordt. Ik zeg dan ook dat ze moeten ophouden. Maar ik ben ook anders dan Dorien. Zij houdt geheimen voor haar beste vriendin en ze doet ook best kattig tegen haar. Dat doe ik in het echt natuurlijk nooit.' |